woensdag 14 mei 2008

eigen stukje tekst, nacht.

Ik ben het café beu en heb honger, ik loop richting de grote markt, mijn vertrekpunt nu slechts een verbinding tussen wegen die ik bewandel.
De huizen lijken groter dan bij licht, maar het geeft me een warm gevoel, de scherpen randen en grauwe kleuren, lelijk marmer en beveiligingshekken vallen weg in rustige silhouetten die hun adem inhouden en geheimen bewaren tot de volgende ochtend.
Naar boven kijk ik,
De kabels van vanmiddag lijken verdwenen te zijn,
Silhouetten die zweven en toch muurvast aan de grond zitten,
Ik struikel over mijn veters, in de verte dronkengezang, of het mooi is? Geen idee.
Want niks kan echt tot mij doordringen, ik schuil in ’n silhouet wat in mijn ogen ’n portiek is om mijn veters weer goed vast te knopen.
Even blijf ik zitten, voelen hoe rustig en doch sprekend de stad is, ook al zwijgt het.
Ik sta op en loop verder,
De grote markt,
Daar aangekomen,
Erger ik me niet meer aan de rechte tegels, deze vormen nu één geheel, een weg, mijn pad naar huis.

Geen opmerkingen: