De vorm van Breda,
Wat is vorm?
De vorm van architectuur,
De stad,
Het plaatje,
Op de grote markt, mijn vertrekpunt
Onder mijn voeten kinderkopjes
Rechts van mij smalle gietijzeren afvoerroosters die oneindig door lijken te lopen
Ikzelf omringd door huizen met hoge fraai gevormde gevelpartijen
Natuurstenen leeuwen brullen naar me vanaf de blauwstenen siertrap van het stadhuis
Ik loop verder
Hoe verder ik raak, hoe strakker de tegels worden waar ik op loop
Valt het me op dat sierlijke ornamenten op voorgevels veranderen in betonnen vensterbanken
En klokgevels overgaan in scherpe, rechte hoeken.
Boven de scheve oude huizen zie ik grote grijze torens met tich scherp vierkante ramen die mij aanstaren.
Het geef met een onbehagen gevoel, tegelijkertijd houd ik ze op afstand, omdat mijn zicht wordt beperkt door de zon die achter de grauwe torens tevoorschijn komt.
De warmte van de zon laat me even het kille beeld vergeten,
Ik hoor geluiden van de markt,
Mensen roepen en schreeuwen om aandacht,
Het lijkt net of de huizen zwijgen,
Toch eisen ze aandacht van het oog,
Ze lonken met hun fraaie ornamenten op voorgevels naar me,
Grijze stenen pauwen laten hun veren zien,
Voor me nog steeds rechte lijnen van tegels,
Achter me hetzelfde verhaal en in ’n verre blik de bijna vergeten kinderkopjes.
Ik kijk nogmaals om,
De kerk, hij is zo groot en magnifieke van bouwstijl, toch springt hij er niet tussenuit,
Hij zit vast, vast tussen de architectuur die later is gekomen en met brede schouders hun plaats bezet houden.
Zijn toren nog zo hoog en nog geen adem krijgen,
Net als ik, als ik naar zijn toren kijk en hoge gevels in de smalle straat,
Muren te hoog om te ademen,
Toch kan ik niet stoppen met kijken,
Het geluid van de mensen laat ik achter me en ik laat me opeten door de straten.
woensdag 14 mei 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten